Vervelende tijd, maar door alles wat er gebeurde zaten wij wel mooi met z’n 2en op Kaapverdië.
Daar raakten we aan de praat met een paar mannen die met de ‘Stichting’ op stap waren.
Het gesprek ging ongeveer zo.
De stichting mannen: ‘Hooi, zijn jullie hier al lang?”
Wij: “Ja, al een paar dagen”.
De stichting mannen: “vakantie?”
Wij: “Ja”. Jullie dan?”
Stichtingmannen: “Wij zijn hier met de Stichting.”
Wij:”Oh, wat een leuke stichting. Kunnen wij daar ook niet bij aansluiten.”
Stichtingmannen: “de stichting heet Transavia”
Wij: “oh, daar zijn wij ook mee gekomen. We vliegen over 2 dagen weer naar huis.”.
En zo geschiedde. we mochten op de terugweg na de tussenstop in Gambia in de cockpit zitten.
We gingen wandelend naar het dorpje, via de weg… Terug hadden we bedacht dat we best via het strand terug konden lopen. Op het heetst van de dag, zonder water zetten wij koers richting het Mélia hotel. We gingen over 1 zandduin. En toen over nog één, en er volgde nog een. Het werd wel een beetje heet… Maar na de zoveelste zandduin zou het hotel vast tevoorschijn komen… weer niet… Twee zandduinen later en nog geen hotel aan de horizon, kwamen we een ‘bar’ tegen. Of we daar een taxi mochten bellen om ons verder te brengen naar het hotel. Dat was geen probleem en de taxi kwam al snel voorrijden (Dat was al verdacht)… De taxichauffeur keek een beetje raar toen we aangaven dat we naar het Melia hotel wilden. Wisten wij veel… Na 2x gasgeven werd ons heel veel duidelijk. Die ene zandduin die voor ons lag, was de laatste die we hadden moeten trotseren. Daar was het hotel…
De laatste dag hebben we onszelf getrakteerd op zo’n idyllisch tentje op het strand met een matras en bediening. João heette onze bediening. HIj was nogal gecharmeerd van jou… Was niet bij het tentje weg te slaan en rende als een malloot heen en weer met vers fruit en andere toestanden. Was een goede afsluiter.
Ergens, begin 2009 haalde jij mij op bij de receptie van WBC en dat is al hééél lang geleden!
Jij hoort bij mijn vroeger! én mijn vandaag en ik hoop ook bij mijn (en die van de rest van de familie) morgen en overmorgen en al die morgens die daarna komen!
God, we worden oud!
Dikke tút!
Janna



